Wet Investeren in Jongeren

21/12/2010 Categorie: Overig

Jongeren bewegen tot activiteit en het verrichten van inspanningen om een plek te veroveren op de arbeidsmarkt. Een accuraat middel in de strijd tegen de jeugdwerkloosheid. Dat is de achterliggende gedachte bij de invoering van de Wet Investeren in Jongeren (WIJ) die in oktober 2009 werd ingevoerd. Met de invoering van de Wet Investeren in Jongeren kwam het recht op bijstandsuitkering (WWB) te vervallen. Ervoor in de plaats kwam het recht van jongeren op hulp van de gemeenten om een plek op de arbeidsmarkt te bemachtigen. Het was even wennen en dat is het voor vele jongeren nog steeds: Werk vóór Inkomen (lees: arbeid vóór uitkering). Inactiviteit wordt bestraft. Thuis op de bank zitten met een bijstandsuitkering is niet meer mogelijk. De wet in praktische stappen.

WerkLeerAanbod

Tot oktober 2009 was de situatie in de bijstand duidelijk. Jongeren tot 23 jaar vielen onder een speciaal regime maar hadden recht op een uitkering Wet Werk en Bijstand (WWB). Weliswaar waren de normen lager, een logisch gevolg van de veelal lagere lasten van veel jongeren (thuiswonend en/of alleenstaand). Het begrip maatwerk was in de oude situatie de gulden regel. Twee ontwikkelingen hebben een revolutie veroorzaakt in bijstandsland. Allereerst de afschaffing van het recht op bijstand (WWB) voor jongeren en ten tweede de uitbreiding van de leeftijdsgrens van de doelgroep jongeren tot 27 jaar.

Vanaf 1 oktober 2009 is de Wet Investeren in Jongeren van kracht en hebben jongeren tot 27 jaar geen recht meer op bijstand. Sterker nog; zij kunnen zelfs geen aanvraag om bijstand meer doen. Daarvoor in de plaats kwam het recht op aanvraag voor een WerkLeerAanbod (WLA). De inrichting van het proces en de inhoud van de WerkLeerAanbiedingen is volledig aan de gemeenten. Een jongere kan dus geen uitkering meer aanvragen maar vraagt om hulp bij het vinden van werk of hulp bij het af te leggen traject naar een zelfstandig bestaan: onafhankelijk dus van de hulp van de overheid. De overheid krijgt hierbij overigens een plicht opgelegd. De Wet Investeren in Jongeren regelt namelijk ook dat gemeenten verplicht zijn om jongeren van 18 tot 27 jaar die niet werken of niet naar school gaan en zich bij de gemeente melden omdat zij zelf geen werk kunnen vinden een aanbod te doen. Dit kan een baan zijn, een vorm van scholing of een combinatie van beide. Hoe gaat dat in zijn werk?

Wet Investeren in Jongeren en afstand tot arbeidsmarkt

Een jongere zonder werk, dagbesteding en/of inkomen kan zich aanmelden bij het UWV Werkbedrijf, een uitkeringsinstantie die op 1 januari 2009 is ontstaan uit een fusie tussen de bedrijfsvereniging UWV en het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI). In deze nieuwe organisatie zijn de arbeidsbemiddeling en re-integratie-activiteiten van de beide organisaties samengevoegd met als doel de klanten snel en doelgericht te helpen. Het UWV WERKbedrijf is door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) aangewezen als de organisatie waar mensen die een beroep willen doen op uitkeringen zich moeten melden. Het UWV maakt na inschrijving van de klant als werkzoekende een eerste inschatting van de persoonlijke situatie en omstandigheden van de klant waarbij met name de afstand tot de arbeidsmarkt en de kansen op werk van de klant belangrijke indicatoren zijn. In feite is er voor het UWV een keuze uit 4 richtingen.
1. De klant heeft geen startkwalificatie (geen afgeronde opleiding) en kan en wil terug naar school.
2. De klant heeft een kleine afstand tot de arbeidsmarkt, is direct en goed bemiddelbaar naar werk en stelt zich ook daadwerkelijk beschikbaar voor de arbeidsmarkt.
3. De klant heeft een wat grotere afstand tot de arbeidsmarkt en kan met enige hulp binnen 12 maanden aan de slag in betaald werk of
4. De klant heeft een zeer grote afstand tot de arbeidsmarkt en kan door persoonlijke omstandigheden voorlopig niet instromen op de arbeidsmarkt.

Iedereen in Nederland die iets weet van arbeidsmarktpolitiek is ervan overtuigd dat alleen een goede basisopleiding ervoor kan zorgen dat mensen langdurig en succesvol kunnen zijn op de arbeidsmarkt. Alleen met een startkwalificatie kan iemand volledig zelfstandig (zonder financiële hulp en steun van de overheid) in zijn levensonderhoud voorzien. Daarom wordt in de nieuwe Wet Investeren in Jongeren veel aandacht besteed aan het begrip “terug naar school”. Juist voor die jongeren die niet in het bezit zijn van een startkwalificatie wordt alles uit de kast gehaald om hen te bewegen terug te gaan naar school. Een opleiding gaan volgen betekent dat jongeren een beroep kunnen doen op voorliggende voorzieningen als de Wet Tegemoetkoming op Studiekosten (WTOS) of de Wet op de Studiefinanciering. Soms is terug naar school en te grote eis. Een jongere kan er ook voor kiezen om deels terug te keren naar de schoolbanken en deels te werken. Deze leerwerktrajecten worden vastgelegd in het WerkLeerAanbod en zijn daarmee geen vrijblijvendheid. Ook deze duale trajecten kunnen veelal worden gevolgd met studiefinanciering. Voor alle banken: zie het overzicht banken in Nederland.

Niet iedere jongere kan en wil terug naar school. Soms is werk en een inkomen (salaris) in dat geval de beste optie voor een zelfstandig bestaan. Als de afstand tot de arbeidsmarkt klein is, m.a.w. er geen tot nauwelijks belemmeringen zijn om aan het werk te gaan, gaat het UWV WERKbedrijf in samenwerking met de gemeente over tot bemiddeling van de jongere naar een arbeidsplek. Dit kan via uitzendbureaus maar ook via speciale jongerentrajecten. Probleem is vaak het gebrek aan werkervaring van de jongeren (vaak schoolverlaters) en het gebrek aan sollicitatie-ervaring. Speciale trainingen en begeleiding kunnen de jongeren helpen hun weg te vinden en doen de kans op slagen vergroten.

Jongeren tot 27 jaar hebben vaak te maken met specifieke jongerenproblematiek. Deze problematiek kan er de reden van zijn dat een plek op de arbeidsmarkt er op korte termijn niet in zit. Gedacht moet worden aan problemen als detentieverleden, jeugdig ouderschap (en gebrek aan kinderopvang), psycho-sociale beperkingen en gecompliceerde schuldenproblematiek. Ieder kan begrijpen dat jongeren vaak zo diep in maatschappelijke problemen zitten dat de kans op het vinden van werk en vooral het behouden van dat werk moeilijk of zelfs onmogelijk is. De gemeente heeft voor jongeren die te maken hebben met deze specifieke problematieken speciale programma’s en trainingen. Deze activiteiten worden eveneens vastgelegd in een WerkLeerAanbod. De monitoring en bewaking ligt vaak bij de gemeente. Uiteindelijke doel is altijd om te komen tot duurzame uitstroom naar algemeen geaccepteerde arbeid en dus naar financiële zelfstandigheid voor de jongere.

Het is tragisch maar veel jongeren kampen in onze gecompliceerde en jachtige consumptie-samenleving met enorme psycho-sociale problemen. Het is voor deze jongeren op middellange termijn niet mogelijk een baan te krijgen of te behouden. Veel van deze jongeren zaten ten tijde van de WWB op de bank en werden min of meer aan hun lot overgelaten. In de Wet Investeren in Jongeren is er voor deze jongeren eveneens een traject. Participatietrajecten waarin de jongere werkt aan zijn problemen, vaak met hulp van hulpverleningsorganisaties als Jeugd Interventie Teams of psychologische- of psychiatrische instituten, verslavingsprogramma’s en budget-instellingen kunnen uiteindelijk de afstand tot de arbeidsmarkt verkleinen. Soms is een opstap nodig via vrijwilligerswerk of gesubsidieerde arbeid. Ook deze trajecten worden vastgelegd in een WerkLeerAanbod en strak gemonitored.

Maatregelenbeleid

Het is duidelijk; het WerkLeerAanbod is het belangrijkste vernieuwende element in de hulpverlening aan jongeren tot 27 jaar en één van de speerpunten in de Wet Investeren en Jongeren. Als het WerkLeerAanbod is beschreven en door de jongere ondertekend volgt een informatieronde waarbij er ambtshalve wordt beoordeeld of de jongere in aanmerking komt voor een inkomensvoorziening. Deze inkomensondersteuning stelt de jongere in staat om actief te werken aan de uitvoering van het WerkLeerAanbod. De jongere verricht inspanningen en krijgt in ruil daarvoor indien nodig een inkomen ter hoogte van de geldende bijstandsnorm. Die norm verschilt per leeftijdscategorie. Er is een wederkerigheid ingebouwd. Als de jongere ervoor kiest om niet actief te zijn, m.a.w. thuis op de bank te zitten in plaats van te werken aan vergroting van de kansen op de arbeidsmarkt wordt het WerkLeerAanbod resoluut ingetrokken. Daarmee vervalt automatisch het recht op inkomensvoorziening. De jongere verliest zijn inkomen hetgeen de aanzet zal zijn tot heroverweging van de genomen beslissing tot inactiviteit. Ook kan er gekozen worden voor de toepassing van het maatregelenbeleid, m.a.w. een sanctie, een strafkorting op de inkomensvoorziening waardoor de jongere tijdelijk met minder geld moet zien rond te komen. Een stimulans die er voor moet zorgen dat de jongere het initiatief weer in eigen hand neemt en werkt aan zijn toekomst.

Het kabinet denkt na over maatregelen waarbij de WWB (de bijstand voor ieder ouder dan 27 jaar) op dezelfde manier uitgevoerd gaat worden als de Wet Investeren in Jongeren. Dus ook hier een wederkerigheid: inkomen in ruil voor activiteit. Maatschappelijke activiteit desnoods omdat alleen meedoen maakt dat mensen zich nuttig voelen en zijn voor de maatschappij. Het begrip wederkerigheid als middel in de strijd tegen werkloosheid en langdurige afhankelijkheid van bijstand.